
Ogterop hoort bij Meppel.
De schouwburg is al sinds 1886 gevestigd aan het Zuideinde en heeft in al die jaren een belangrijke plek gekregen in het culturele leven van onze stad. Op het podium stonden professionele voorstellingen, muziek en dans, maar ook scholen, verenigingen en lokale artiesten maakten en maken er gebruik van.
De monumentale zaal is belangrijk cultureel erfgoed en moet ook in de toekomst een volwaardig theater blijven. Dat vraagt om een flinke investering. Sterk Meppel heeft daar niet lichtzinnig over gedacht. Voor onze fractie zijn drie zaken belangrijk: behoud van de schouwburg, verzelfstandiging van de organisatie en ontwikkeling van het gebied rondom Ogterop.
Een zelfstandige organisatie kan sneller handelen, ondernemender werken, makkelijker samenwerken en beter fondsen werven. Wel moeten vooraf duidelijke afspraken worden gemaakt over betaalbaarheid, ruimte voor amateurkunst, het culturele profiel en de maatschappelijke functie. Het dagelijks exploiteren van een schouwburg is volgens Sterk Meppel geen taak van de gemeente.
Ook de omgeving verdient een impuls. De entree van de stad vanuit het station kan aantrekkelijker worden, met meer groen, een betere inrichting van het terrein achter Ogterop en goede parkeervoorzieningen voor bezoekers en omwonenden.
Stoppen betekent bovendien niet dat de kosten verdwijnen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor de monumentale zaal. Zonder vaste functie dreigen leegstand en achteruitgang. Sterk Meppel kiest daarom voor behoud, vernieuwing en een toekomstbestendig Ogterop.
Tijdens de bespreking in de gemeenteraad zijn die zorgen nadrukkelijk uitgesproken. Ook ons amendement uit 2024 over de oplopende kosten kwam aan bod. Destijds wilden we geen extra geld meer beschikbaar stellen. Sindsdien is er veel veranderd. Internationale ontwikkelingen waar we lokaal geen invloed op hebben, hebben de prijzen verder opgedreven. Teruggaan naar de tekentafel was uiteindelijk geen realistische optie. De extra voorbereidingstijd en bijkomende kosten zouden de bouw alleen maar duurder maken, terwijl daar waarschijnlijk minder kwaliteit tegenover zou staan.
Voor Eduard was dit bovendien zijn vuurdoop als wethouder, meteen op een ingewikkeld en beladen dossier.


